EU migration policies risk pushing more children underground

Last February, seven children tried to kill themselves in Sweden, three of them succeeded. Mental health issues are widespread among migrant and refugee children across Europe. In the Greek hotspots, we have witnessed suicide attempts and self-harm among children as young as nine. As one young asylum-seeker put it: ‘Killing ourselves is better than being beheaded by the Taliban or ISIS in Afghanistan’.

Anxiety, depression, nightmares are all the result of the increased insecurity refugee and migrant children in Europe face in Europe. Children living in the hotspots fear they will never see family members in other parts of Europe. Germany and Sweden, which host most unaccompanied children in Europe use ‘temporary permits’ which offer less protection and make it impossible for them to reunite with their families.

The continuous insecurity and ill-treatment are pushing children underground, where they are less visible and less protected. Many children admit that they would rather go undocumented than being returned to the country where they came from or, in some cases, to a third country they don’t know at all. Many Afghan children residing in Sweden grew up in Iran. They are now being sent back to Afghanistan, where they have no network or family. In the Balkans, smuggling has increased because children are desperate to reach family or community members in other European countries, and asylum-procedures are slow or virtually non-existent.

In April, the European Commission announced new measures to protect children in migration, which include better data collection and a European guardianship network. This comes some way in meeting children’s needs, but it means very little when countered by strenuous border and return procedures, increased detention and limited access to refugee status.

Which crisis?

In the meantime, many European countries are taking advantage of a notion of ‘crisis’ to close borders and put a stop to migration. The truth is that today most European member states take in an equal amount or fewer asylum-seekers than before the crisis began. While Belgium, Sweden, Denmark, Slovenia and Poland have seen a decrease in applications compared to 2012, Greece and Italy account for 30% of all asylum applications.

Migrants represent only 0,3% of the European population, yet they have taken up 40% of all European Council meetings in the last year. A feeling of ‘imminent threat’ might be beneficial for politicians pursuing an anti-migration agenda, but it generates devastating consequences for children. They either face hardship and insecurity in the EU, or risk their lives at sea and in the desert by taking routes which have become more dangerous due to an increase in border and police control – supported by the EU.

Two years ago, when the message appeared that ten thousand children were missing, this was big news. Everybody wondered: what happens to those children? Where do they end up? Today, we still don’t know the answers, and children continue to disappear.

In its new report, Save the Children calls on the EU and its member states to keep children at the centre of migration policies and show more solidarity. If member states work together, solutions to manage migration can easily be found. We can’t deny others the rights that we ourselves deem so obvious. Everyone benefits when children do better, go to school and grow up in a healthy and stable environment. The EU received a confidence boost after Brexit. That confidence can only grow if they manage to tackle this last obstacle – migration – in a dignified manner

Advertisements

Meer kinderen dreigen te verdwijnen omwille van een crisis die niet bestaat

In februari van dit jaar ondernamen zeven kinderen in Zweden zelfmoordpogingen, waarvan er drie stierven. Psychische problemen en trauma’s zijn alomtegenwoordig bij vluchtelingen- en migrantenkinderen in heel Europa. In de ‘hotspots’ – omstreden detentiecentra op de Griekse eilanden, observeerden onze medewerkers zelfverminking bij kinderen vanaf negen jaar. Zoals een jonge asielzoeker in een van onze programma’s het verwoordde: ‘Zelfmoord plegen is beter dan onthoofd worden door de Taliban of ISIS in Afghanistan.’

Angsten, depressie en nachtmerries vloeien allemaal voort uit de stijgende onzekerheid waarmee kinderen en jongeren te kampen hebben. Kinderen in de ‘hotspots’ vrezen dat ze nooit meer herenigd raken met hun familie elders in Europa. In Duitsland en Zweden, waar de meeste niet-begeleide minderjarigen verblijven, krijgen kinderen nu ‘tijdelijke vergunningen’ waardoor ze niet in aanmerking komen voor gezinshereniging. Die kinderen, vaak jongens van zestien jaar, gaan kapot van de spanning en eenzaamheid, die bovenop het trauma van de reis komt.PC3

De voortdurende onzekerheid en barslechte behandeling duwt kinderen ondergronds waar ze minder zichtbaar zijn en dus meer risico lopen. Massale uitdrijvingen en ‘pushbacks’ in de Balkans, waar kinderen telkens weer de grens over geduwd worden, maken van hen een gemakkelijke prooi voor mensensmokkelaars. Veel kinderen geven toe dat ze liever zonder papieren door het leven gaan dan teruggestuurd te worden naar een land waar hun leven mogelijk in gevaar is.

Met initiatieven zoals een Europees netwerk van voogden en betere gegevensverzameling tracht de Europese commissie het probleem aan te pakken, maar dat blijft een druppel op een hete plaat tegenover het strenge grens- en terugkeerbeleid dat vele landen aanmeten.

Welke crisis?

Onder het mom van een crisis, trachten verschillende politici de grenzen af te sluiten en migratie te herleiden tot nul. De waarheid is dat vrijwel alle Europese lidstaten vandaag evenveel of minder asielzoekers opvangen dan voor de crisis startte. Dat terwijl Italië en Griekenland samen dertig procent van alle asielzoekers opnemen. Er is dus geen sprake van een crisis, wel van een acuut gebrek aan solidariteit tussen lidstaten.

Migranten maken 0,3% van de Europese bevolking uit, toch werd er tijdens Europese raadsbijeenkomsten van het voorbije jaar 40% van de tijd over hen gesproken. Waarom is dat? Een reden is dat veel mensen bang zijn voor het onbekende en voor mogelijke terreur. Die angst moet zeker aangepakt worden. Maar als politicus heb je dan de keuze: je kan die angst voeden of je kan als leider het hoofd koel houden en een redelijk antwoord bieden. Een gevoel van ‘imminente dreiging’ komt verschillende politieke partijen echter goed uit. Telkens het op een ander beleidsdomein wat minder gaat, kunnen ze een onzichtbare vijand – ‘de migrant’ – uit de kast halen. Punten scoren door je volk te leren haten, het is erg cynisch. En het brengt duizenden kinderen in gevaar.

Het kan ook anders

Als landen op een eerlijke manier samenwerken en verantwoordelijkheid nemen, kan Europa gemakkelijk een antwoord bieden op migratiestromen. Natuurlijk moeten we onze grenzen controleren, maar migratie herleiden tot nul is niet mogelijk – en ook niet wenselijk. Laat ons daar eerlijk over zijn. In plaats van massaal geld te investeren in buitengrenzen, politie en defensie, kunnen we ook zekerheid en bescherming bieden, zowel in Europa als in landen van herkomst. De rechten die we zelf zo vanzelfsprekend vinden – recht op onderwijs, onderdak, gezondheidszorg –  mogen we anderen niet ontzeggen. Niet elke asielzoeker heeft een plaats in Europa, maar een terugkeerbeleid werkt enkel als het mensen in hun waarde laat en oplossingen biedt in landen van herkomst. Het belang van het kind komt altijd eerst, en dat moet in de wet verankerd worden.

In een nieuw rapport geeft Save the Children een aantal concrete aanbevelingen voor een fair en humaan asiel- en migratiebeleid. Iedereen wint erbij als kinderen naar school kunnen gaan, gezond zijn en bescherming genieten. In de nasleep van Brexit kreeg de EU meer zelfvertrouwen. Dat vertrouwen kan alleen maar groeien als leiders samen ook dat laatste heikele punt – migratie – op een waardige manier aanpakken.

 

The myths surrounding Europe’s migration policy

 

A mother and child look out over the Mediterranean from aboard a Save the Children vessel. They fled Libya after suffering violence and abuse there.

 

European leaders are currently gathering in Brussels to discuss the EU’s external migration policy. They will most likely decide to go full steam ahead with the current approach: preventing migration with development money, deterring potential migrants and returning rejected asylum-seekers.

This confirms the dismaying trend we notice globally: leaders no longer make decisions based on facts, but on myths and electoral interests at home.

The first myth is that Europe is still in a state of crisis, with refugee numbers increasing and migrants pouring in. In actual fact, the number of arrivals we face with today are not much different from 2014. While Italy may be facing some migratory pressure, other EU member states are actually closing reception centres.

The second myth is that most of those migrating in Africa are headed for Europe’s shores. In actual fact, the overwhelming majority is intra-African. Most Africans that do make their way to Europe, do so with a valid passport.

The third myth will be discussed at the Council meeting today (22nd June). This myth tells the story that by punishing –  or rewarding – countries we can convince them to take back their own returned nationals or work together on restrictive migration policies.

It’s short-sighted to think that countries can be that easily controlled. A report released by the European Commission last week confirms that this approach is not effective. Most countries prioritised by the EU, such as Mali or Senegal, refuse to cooperate by taking in returned migrants. This shouldn’t come as a surprise: countries receiving 10% of their national income from migrants living abroad through remittances will continue to rely on migration to develop.

Furthermore, the countries the EU will ‘punish’ for failing to accept rejected asylum-seekers are those facing pressing humanitarian crises:  partner countries like Nigeria and South Sudan are at risk of mass starvation due to conflict and drought, with two parts of South Sudan already declared officially ‘under famine’ by the United Nations. An estimated 7.8 million people are food insecure in Ethiopia. To penalise these countries for failing to take back theirnationals spells exacerbating internal catastrophes.

Leaders also foster the fourth myth: a belief that an aggressive crackdown on smugglers will halt migration. At the same time, the EU reports that in Niger, where this approach was tested, people are now paying higher prices for smugglers to take them through new and riskier routes. ‘Tackling the business model of smugglers’ should mean taking away their clients. We can do this in two ways. Firstly by looking at the reasons why people leave – extreme poverty, inequality, hunger, the lack of a job or access to education – and trying to address those. Secondly, by developing better pathways for people to come to the EU regularly. If countries are offered the prospect of remittances through regular migration, they may be more inclined to take back irregular migrants.

The EU’s current approach toward migration is severely affecting its standing in the world. Take Libya for example. The EU’s foreign policy chief reported this week that 16,000 people had been ‘rescued’ by Libyan coast guards. What happens when they are forced to return to Libya? Save the Children hears their stories every day during search and rescue operations. Stories of detention, torture, violence and slave labour. Men, women and children sent back to what is being described as hell on earth.

Save the Children, alongside 17 other global NGOs have drafted a statement to counter the current EU policy as it is discussed today and tomorrow.

The EU used to take pride in its global role as a human rights defender. Our global leverage will disappear if we don’t debunk these myths and work towards creating sustainable, long term solutions for people, and especially for children, who are on the move.

 

De mythes van het Europese migratiebeleid

 

29-jarige moeder met dochter na een reddingoperatie

Vandaag en morgen bespreken Europese leiders in Brussel hun plannen voor een extern migratiebeleid. Wellicht gaan ze volop door op de huidige lijn: inzetten op preventie met ontwikkelingsgeld, afschrikking van potentiële migranten en terugkeer van gefaalde asielzoekers.

Dit bevestigt de steeds hardnekkigere trend dat beleidsbeslissing niet langer gebaseerd zijn op feiten, maar op mythes en electorale overwegingen. Zeker als het aankomt op migratie.

Er is de mythe dat de Europese Unie nog steeds in een staat van crisis vertoeft, terwijl het aantal asielzoekers constant blijft in vergelijking met 2014. Verschillende landen sluiten onthaalcentra voor asielzoekers, en er is zeker geen sprake van een immense toestroom.

Er is de mythe dat alle migranten op het Afrikaanse continent zich een weg willen banen naar Europa, terwijl het overgrote merendeel van de migratie intra-Afrikaans is. De meeste Afrikanen die toch naar Europa komen, doen dat met een geldig visum of paspoort.

Een derde mythe komt vandaag aan bod tijdens de Europese top. Dat we met het straffen of belonen van Afrikaanse partnerlanden migratie kunnen stoppen.

Het is kortzichtig om te denken dat landen vatbaar zijn voor dit soort omkoperij. Dat bevestigde de Europese Commissie zelf, in een rapport dat vorige week gelanceerd werd. De meeste partnerlanden, zoals Mali en Senegal, weigeren mee te werken aan een terugkeerbeleid. Dat hoeft niet te verbazen; tien procent van hun nationaal inkomen komt uit remittances, bijdragen die migranten naar hun thuisland versturen. Migratie, en de geldstromen die dat genereert, blijft daar een van de belangrijkste bronnen van ontwikkeling.

De bevolking van andere landen die de EU viseert zoals Nigeria en Zuid-Soedan staat op de rand van massale uithongering omwille van conflict en een aanslepende droogte. In Ethiopië lijden 7,8 miljoen mensen onder een schrijnend voedseltekort. Diezelfde landen gaat de EU nu afstraffen als ze geen teruggestuurde asielzoekers opnemen.

Een laatste mythe is de overtuiging dat een repressieve uitschakeling van smokkelnetwerken migratie zal tegenhouden. Nochtans is het duidelijk dat mensen nu al andere en gevaarlijkere routes opzoeken in Niger, waar de EU het meeste inzet op deze aanpak. Hetzelfde gebeurde na 2006, toen Spanje migratie via Mauritanië stopzette: diezelfde mensen reizen nu langs Niger en Libië.

Smokkelaars aanpakken doe je best door te zorgen dat ze geen klanten meer hebben. Dat kan op twee manieren. Je gaat na waarom mensen vertrekken en doet daar iets aan. Vaak is dat conflict, armoede, klimaatverandering of ook gewoon het gebrek aan een job of een opleiding. Daarnaast kan je kijken of we meer mensen op een reguliere manier naar Europa kunnen brengen. Als landen een perspectief hebben op inkomsten uit reguliere migratie, zullen ze misschien meer geneigd zijn om irreguliere migranten terug te nemen.

Het huidige beleid tast onze internationale geloofwaardigheid aan. We zetten sterk in op de Libische kustwacht, die volgens de Europese chef buitenlandse zaken 16.000 mensen ‘gered’ heeft. Wat gebeurt er met die mensen, eens ze terug voet aan wal zetten in Libië? Save the Children hoort dagelijks hun verhalen tijdens reddingsoperaties. Ze worden opgesloten, gemarteld of gebruikt voor slavenarbeid. We sturen mannen, vrouwen en kinderen terug naar wat talloze getuigenissen beschrijven als een hel op aarde.

Vroeger was de EU wereldleider op gebied van mensenrechten. Vandaag zijn we onze stem kwijt, omwille van een beleid gebaseerd op mythes.

Samen met organisaties zoals Oxfam en Amnesty International, kwam Save the Children voor de boeg met aanbevelingen voor een beleid dat wel werkt. Die lees je hier.

 

Reddingsoperaties, mensenhandel en het gezicht erachter. Het verhaal van de zestienjarige Mamadou*.

Er was de laatste tijd veel ophef in de media rond reddingsoperaties in de Middellandse Zee en mensenhandel. Dat mensen redden van een verdrinkingsdood gelijk zou staan aan mensenhandel- of smokkel is natuurlijk onzin. Zelfs zonder reddingsoperaties gaan mensenhandel – en smokkel gewoon onverminderd voort. Het fenomeen is oneindig complex en diepgeworteld met migratieroutes die soms al eeuwenlang bestaan. Netwerken zijn vaak vertegenwoordigd op alle overheidsniveaus en nauw verbonden met lokale gemeenschappen, stammen, milities, transportbedrijven en grenspolitie. Routes worden aangepast naarmate het beleid wijzigt. De enorme bron van inkomsten die dit oplevert, kan niet zomaar vervangen worden.

Clingendael en ECDPM schreven twee briljante rapporten over het fenomeen.

Ik wil hier vooral het verhaal vertellen van de ‘migrant’, een gezicht geven aan die gedemoniseerde groep mensen die vaak enorm kwetsbaar zijn. Wie zijn die mensen op de bootjes? Toen ik vorige maand in Niger was had ik de kans Mamadou, een zestienjarige jongen, te interviewen. Een klein, verlegen ventje wist me twee uur lang gekluisterd te houden aan zijn verhaal. Het was hard om aan te horen maar wat me vooral opviel was zijn wilskracht, zelfredzaamheid en plichtsbewustzijn. Je reflechissais, zei hij verschillende keren, telkens hij voor een uitdaging stond.

Dit is zijn verhaal.

Mamadou, 16 jaar

Ik verliet mijn land zeven maand geleden. Ik wou mijn dromen verwezenlijken, de armoede achter me laten en iets van mezelf maken. Ik werkte in een winkel om het nodige geld te sparen. Mijn familie wist niets af van mijn vertrek, ik belde mijn vader pas toen ik het land had verlaten. Mijn ouders hadden mijn vertrek immers nooit toegestaan. Het geld dat ik had verzameld om de reis te financieren gaf ik aan een vriend. Ik had geen papieren, als een minderjarige is het moeilijk om papieren te verkrijgen. Ik wou eerst naar Italië gaan en dan naar Nederland. Ik heb daar zeven vrienden met wie ik via facebook contact houd.

 

terugkeercentrum Agadez

Terugkeercentrum IOM in Agadez (Niger)

 

 

Ik vertrok vanuit Guinea, en doorkruiste Mali en Burkina Faso om in Niger te geraken. Ik kwam heel wat politie tegen onderweg. Soms steken ze je in de gevangenis en kleden je uit. Ze nemen al je bezittingen af. Om te voorkomen dat ze mijn geld zouden stelen, had ik afspraken gemaakt met mijn vriend, die mij het geld in kleinere bedragen overmaakte naar transferbureaus, zodat ik zelf nooit te veel cash op zak had.

Toen ik aankwam in Agadez (Niger), ging ik naar een foyer (opvangplaats voor migranten, gerund door smokkelaars) en belde ik een kennis om me te helpen. Ik onderhandelde de reis van Agadez naar Sebha, die ongeveer 200.000 CFA (320 euro) kostte. Het geld werd overgeschreven door mijn vriend in Guinea. Ik bleef in Agadez voor een week. We vertrokken op een zondagochtend. Ik kreeg 5000 CFA (8 euro) om voedsel te kopen. Daarmee kocht ik poedermelk, couscous, brood en water. Ze gaven ons een bril en een masker om ons gezicht te beschermen in de woestijn. Er waren 32 mensen in de jeep en de kleinsten, zoals ik, moesten in het midden zitten. Er was weinig plaats, ik kon niet bewegen, mijn benen deden veel pijn. We vertrokken om 3 uur ‘s ochtends en namen een pauze om 9 uur. Toen reden we tot het nacht was. We sliepen in de woestijn. Om 5 uur ‘s ochtends vertrokken we weer. We hadden regels opgesteld om ons voedsel te rantsoenneren. Enkel ’s ochtends en ’s avonds mochten we water drinken.

Om 4 uur ’s ochtends de volgende dag kwamen we aan in Sebha (Libië). Daar verbleven we in een andere foyer. Een man riep ons een voor een binnen om naar onze plannen te vragen. Ik vertelde hem dat ik naar Tripoli wou gaan. De reis van Sebha tot Tripoli kostte opnieuw 200.000 CFA (320 euro). Libië is erg gevaarlijk. Als de Libiërs je vinden steken ze je in kleine cellen. Ik bleef in Sebha voor twee weken, maar ik haatte het daar. Op een dag ging ik werken op een bouwwerf zonder achteraf betaald te worden. Toen vertelden ze me dat Afrikanen er in regel niet betaald werden voor de verrichte arbeid. Iedereen die werkt in Libië komt uit Mali, Senegal en Kameroen. Alle Libiërs hebben wapens, zelfs de kleine kinderen. Een man die ik kende werd meegenomen naar de woestijn, beroofd, geslagen en uitgekleed en moest alleen terugkeren.

Ik regelde een volgende overschrijving om mijn trip naar Tripoli te betalen. Met 22 werden we in een bestelwagen voor vis verstopt. Het nam ongeveer een halve dag in beslag om Tripoli te bereiken.

Toen we daar aankwamen, verbleven we in een andere foyer. De man daar vertelde ons dat we in Sabratha moesten zijn als we de oversteek naar Italië wilden maken. We waren allemaal opgelucht om te horen dat het laatste gedeelte van onze reis eindelijk was aangebroken. Voor ik naar Italië vertrok, wou ik nog een centje bijverdienen. In Tripoli moet je altijd voorzichtig zijn, de kogels vliegen er om je oren. Ik vond een man die een kruidenierswinkel uitbaatte en begon voor hem te werken, Gezien Libiërs slecht Frans praten, vroeg ik hem me beetje bij beetje uit te leggen hoe alles werkte in de winkel. Ik verdiende 20 dinar (13 euro) per dag. Ik werkte er voor een maand, misschien iets langer. Toen kwam een groep gewapende mannen de winkel binnen en ze beroofden ons. Dat was de laatste dag dat ik er werkte. De volgende dag nam ik ontslag

Ik regelde mijn reis naar Sabratha, ging terug naar de foyer en bleef daar voor vier dagen zonder buiten te komen. De reis naar Sabratha kostte uiteindelijk 250.000 CFA (381 euro). Ik stuurde een deel van het geld dat ik verdiend had naar mijn moeder. Ik had nog 150.000 over, de rest werd overgemaakt door mijn vriend in Guinea.

We kwamen ‘s avonds toe in Sabratha. Eerst gingen we met z’n allen naar de zee kijken. We betaalden voor de reis en wachtten op het vertrek. We vertrokken ’s nachts. Er waren 147 mensen op de boot. Onder hen bevonden zich ook veel vrouwen en kinderen. We kregen zwemvesten en gingen één per één de boot op. Iedereen had een plaats maar het was erg krap. De man die de boot had geregeld vertrok. Een andere man kreeg een telefoon en een kompas in de handen geduwd. We dobberden in het water, in het midden van de nacht. Toen begon een van de banden van de boot lucht te verliezen. Mensen vielen uit de boot en verdronken. Sommige mensen riepen tegen de man met de telefoon dat hij de kustwacht moest bellen. Anderen zeiden dat het te riskant was om te bellen omdat we nog geen internationale wateren hadden bereikt. Uiteindelijk belde de man de kustwacht. 117 mensen overleefden. Er waren te veel mensen op de boot en we waren allemaal bang.

De Libische kustwacht bracht ons naar de Zawya gevangenis in Tripoli. De volgende dag gaven ze ons eten en de vertegenwoordigers van elk land kwamen ons bezoeken. Ik vertelde mijn verhaal tegen de vertegenwoordiger van Guinea. Hij zei dat ik geld moest hebben om de gevangenis te verlaten, 350.000 CFA (533 euro). Ik wist dat mijn familie dat niet kon betalen. Ik bleef in de gevangenis en dacht dagenlang na om een oplossing te vinden. Ze sloegen me regelmatig. Mannen en vrouwen verbleven in dezelfde gevangenis. De vrouwen werden regelmatig verkracht, zowel door bewakers als gevangenen. Ze wilden me overbrengen naar de gevangenis van Sebha, waar de situatie nog erger is. Ik besloot mijn oom te bellen in Gabon. Ik had gefaald, dit was het einde van mijn leven. Ik legde de situatie uit aan mijn oom. Mijn hele familie dacht dat ik zou sterven in de gevangenis. Uiteindelijk slaagde hij erin 200.000 CFA over te schrijven en ik werd vrijgelaten, na vijf weken.

Ik ging terug naar de foyer en bleef daar voor drie weken zonder buiten te komen. Ik was bang. Ik durfde de foyer niet te verlaten. Ik dacht dat ze me gingen neerschieten of terug in de gevangenis gooien. Ik wou naar huis gaan, maar niemand hielp me terug te keren.

Ik belde mijn zus om haar de situatie uit te leggen. Ze vroeg haar man voor financiële steun. De reis terug kostte ongeveer 400.000 CFA (608 euro). Een enorm bedrag, dat ze stukje bij beetje gingen overschrijven. Op dat moment konden ze maar 250.000 CFA betalen. Als ik wou vertrekken, moest ik terug gaan werken, maar ik was zo bang. Uiteindelijk heb ik nog twee weken gewerkt. Met het geld dat ik verdiende financierde ik de rest van mijn trip en kocht ik een telefoon.

Toen ik in Sebha aankwam was de telefoon het eerste wat de Libiërs van me afnamen. Ze stalen ook mijn geld en sloegen me. Tussen Qatrun en Madama stopten de terroristen me om me te fouilleren. Toen ik in Madama (Niger) aankwam stak de politie me in een kleine cel. Omdat ik geen geld had, gaven ze me 15 zweepslagen. Je kan de littekens op mijn rug nog steeds zien.

Eenmaal in Dirkou aangekomen, vroeg ik naar de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Ik ging terug naar dezelfde foyer in Agadez, waar ze me herkenden. Ik vond een lift naar het IOM-centrum maar het was gesloten dus ik sliep buiten. De volgende dag werd ik geregistreerd.

***

Toen ik Mamadou ontmoette, zat hij in het terugkeercentrum van IOM in Agadez. Hij wachtte op identificatiepapieren om zijn terugkeer mogelijk te maken. Voor minderjarigen zijn er ook speciale procedures om het belang van het kind na te gaan. Hij zou een van de volgende weken terugkeren naar zijn familie.

*Mamadou is een pseudoniem

Joint press release IOM, UNICEF, Save the Children, OHCHR, PICUM: New European Union returns policies put children at risk

Brussels, 3 March 2017.

The European Commission yesterday adopted a Recommendation and Renewed Action Plan for EU member states to consider in their procedures to return men, women and children staying irregularly in the EU to their countries of origin or transit. It encourages member states to undertake swift returns, which limit basic safeguards and rights that should be guaranteed to all migrants, including in cases involving children.

In a joint press release, UN agencies and child rights organisations state they are concerned that the Commission package on Return encourages member states to undertake ‘swift returns’ of people – including children – with reduced procedural safeguards and through the increased use of detention. This approach would put children’s lives at risk and would be in violation of the UN Convention on the Rights of the Child, which every EU member state has ratified.

We welcome the reference in the document to best interests’ assessment in return decisions for unaccompanied children. It is essential for robust best interests procedures to be implemented before any child – including children with their families – is issued a return decision. This cannot be a tick box exercise. In considering whether return is in the best interests of the child, the child’s views should be duly considered. Forced removals and detention are extremely harmful for children and families. Children should never be detained for immigration purposes, even as a last resort.

Earlier this year, three unaccompanied Afghan children committed suicide in Sweden. Case workers said the children felt lonely and were unable to handle the anxiety of the process, nor the prospect of being deported to a place where they did not feel safe.

Returnee children and families are at risk of rejection by their families or local communities in their countries of origin, as well as human rights violations. They often face severe discrimination. They are vulnerable to exploitation, to being recruited by armed groups, or pushed into forced labour.

Rather than address the harm to children already caused by the EU and member states return policies, the Commission document recommends measures that would increase it. It encourages fewer safeguards, quicker and automatic return decisions, more forced removals, and more detention.

Far from addressing the real migration challenges that exist across the EU, these proposals will only exacerbate the situation. Further, there is no evidence that forced removal dissuades people from migrating. Returning them to unsustainable situations increases the risk of further cycles of precarious and insecure migration.

Behind the policy decisions and targets to enforce return decisions are the lives of real children and families. The EU and its member states have long been leaders on children’s rights. We urge them to uphold their commitments to all children, regardless of migration or residence status.

Notes for editors:

• A 2012 UNICEF study ‘Silent Harm’ on the psycho-social impact of children forcibly removed to Kosovo found that 1 out of 3 children exhibited signs consistent with Post-Traumatic Stress Disorder, including disturbed sleep, nightmares, flashbacks, black-outs, separation anxiety, social withdrawal and anger or aggression. Nearly one in two teenagers suffered from depression, one in four thought about suicide.

• For quotes of children speaking about how forced removal – or fear of it – has impacted them, see UNICEF ‘Silent Harm’ (2012) and PICUM ‘Hear Our Voices’ (2016).

• A properly implemented voluntary return policy may be in the best interests of children, whether alone or with families. However, a formal, individual and robust procedure to determine what is in that child’s best interests must always take precedence over migration control objectives, whether children are unaccompanied, separated, or with members of their family. There are numerous safeguards necessary to ensure this procedure is meaningful. Children should not be returned if the only care arrangement immediately available upon their return is institutionalised care.

• Further every return decision – whether involving children or not – must also allow for effective access to information, legal remedies and legal counsel. For further information, see OHCHR’s Recommended Principles and Guidelines on Human Rights at International Borders (2014).

• Detention is never in the best interest of the child. It has been repeatedly proven that locking children and families in detention facilities has a profound and negative impact on children’s health and well-being, and is unnecessary. A growing body of international law requires governments to expeditiously and completely cease the practice, and all EU governments committed to end child immigration detention at the UN General Assembly on 19 September 2016. Instead, states should promote proper case management support, where children and families can be accommodated in non-custodial, community based settings. Not only is this a legal necessity, it is more effective and cheaper.
For more information, contact:

Elisabeth Schmidt-Hieber, PICUM, +32 2 210 1780, elisabeth.schmidt-hieber@picum.org

Karen Mets, Save the Children,+ 32 499 11 86 35

Karen.mets@savethechildren.org

Simon Ingram, UNICEF EU Office, +32 491 90 5118, singram@unicef.org

Irina Todorova, IOM Regional Office for the EEA, EU and NATO, +32 2 287 7113, itodorova@iom.int

If the EU fails to act, more children might die in Greece this winter

Save the Children, Oxfam, Amnesty International, Human Rights watch and 30 other organisations ring the alarm bell

rs112793_20151205-grecia-savethechildren-refugiados-0120

A five day old baby. His parents are Syrian refugees and came with him to Lesvos (Greece) in a dinghy from Turkey. Picture taken in December.

This week, European leaders meet in Brussels to discuss, amongst other things, progress on the EU-Turkey deal, the reform of the European asylum system, solidarity and responsibility sharing, and cooperation with countries of origin and transit. As humanitarian and human rights organisations working in Europe, we are gravely concerned that European policies are trying more and more to push people out of Europe, making it even harder to seek asylum, and leaving it to Member States of first entry, like Greece, to shoulder all the responsibility. Disregarding the realities on the ground and the human rights violations that the EU-Turkey Statement has led to, the European Commission proposes measures that will further exacerbate the situation.

In its progress report on the EU-Turkey deal that was published last week, the European Commission acknowledges many of the problems that their European policies and approaches are causing in Greece, that reception centres on islands are filled beyond capacity and that conditions are drastically deteriorating under harsh winter weather. Yet a Joint Action Plan, published last week along with the progress report, asks Greece to take problematic steps to increase returns to Turkey, including of vulnerable asylum seekers and those with family members in other EU countries. The Commission has also recommended that EU countries should gradually resume returns to Greece of asylum seekers who passed through that country from 15 March 2017 onwards, applying the Dublin Regulation. Given the challenges the country is facing, this decision comes when efforts should instead be stepped up to relocate asylum seekers out of Greece to other European countries.

At the EU summit on December 15, European countries have the opportunity to make concrete changes that will determine whether the EU manages migration with respect to human rights and prevents unnecessary suffering. Its leaders have the political strength to ensure the future of people arriving in Europe will be managed humanely and responsibly.

The question is whether or not they have the political will.

The living conditions of tens of thousands of men, women and children on the Aegean islands do not meet even the most basic standards of dignity or safety. Many sites are not fit for living in during winter with people falling ill and even dying in tents from fire and suffering from carbon monoxide poisoning, families are being kept apart, and procedures are slow and unclear to people who are trying to claim asylum. Unaccompanied children are kept in detention facilities or in police cells, often in unsanitary conditions without any privacy, while awaiting space in a shelter. Sometimes they are detained together with adults increasing the risk of sexual and other abuses.

In any other part of the world, Europe would be calling on governments to improve the situation. Instead, European countries are shifting their protection responsibilities on to countries outside the EU, even at the cost of violating European and international law. They have failed to come together and collectively manage the new arrivals of people, instead putting huge pressure on just a few countries to manage the process and consequences of Europe-wide policies. Phrases like “flexible solidarity” have no place in a common, well-managed and humane approach to migration.

The EU-Turkey deal, a flagship policy, has resulted in over 16,000 people trapped on the islands of Lesvos, Chios, Samos, Leros and Kos despite island sites collectively having only the capacity to host 7,450. Many of these people are detained upon arrival to the islands, and most facilities and sites where asylum seekers live lack adequate services and accommodation. The transfer of people from overcrowded sites on the islands to locations in the mainland that meet European standards for reception has now become urgent.

On the mainland, border closures blocking onward travel and a lack of timely options to seek refuge in other EU Member States has led in Greece to people living in camps that were only designed for temporary stay. Children, the elderly and other vulnerable groups should not be required to stay in tents with no heating in the freezing cold in Europe. Substantial efforts and support is needed to improve reception conditions all around the country and to ensure swift and efficient access to the asylum procedure.

The relocation mechanism is still slow and difficult to navigate and Member States’ offers are still much behind their targets. Though the mechanism expires in September 2017, only 8,162 refugees have been relocated out of the 106,000 assigned spots – less than 8% – of the agreed target. The system suffers from serious design flaws, including that it excludes many people because relocation is only open to those nationalities that have an EU-wide recognition rate of at least 75%.

At the summit on 15 December, European leaders have the opportunity to ensure that people arriving in Europe will be treated humanely, responsibly and that their rights will be safeguarded.

In order to improve the situation, European leaders need to take important steps immediately:

       Member States should prioritise the immediate transfer of people from overcrowded sites on the islands to open facilities on the mainland that meet European law standards for reception, rather than pressuring Greek authorities to keep people on islands in substandard conditions.

       Member States should commit to redoubling their efforts to take asylum seekers out of first countries of arrival, including Greece, prioritising the most vulnerable groups, irrespective of their nationality, and providing information and support to people when selecting the destination country. Member States should enable swift and efficient access to family reunification, relocation and a secure refugee status.

       Member States should ensure that every person has access to protection and to a fair and efficient asylum process. The EU should respect the fundamental rights framework it has set out for itself and ensure that the desire to speed up processes is not at the expense of access to asylum.

The EU should halt its policy of externalising migration management through agreements such as the EU-Turkey Statement, which fall short of the EU’s commitments under refugee and human rights law. It is possible to manage migration in a dignified and humane way. By strengthening the framework for legal migration, expanding safe and legal routes for refugees, and protecting the rights of everyone who arrived in Europe, the EU can set a global example for systems that ensure the wellbeing of migrants, including refugees, while simultaneously protecting its own internal freedoms.